Borstvergroting: prothese

Voor de meeste vrouwen zijn de borsten hét kenmerk van vrouwelijkheid. Het is daarom begrijpelijk dat onvrede met de grootte of vorm van de borsten aanleiding is om een borstvergroting te overwegen.

 

Hieronder vindt u algemene informatie over de borstvergroting met een prothese. Maak een vrijblijvende afspraak met Dr. Melenhorst en laat u persoonlijk adviseren op basis van uw wensen.

 

Over de borstvergroting 

De borstvergroting, ook wel mamma augmentatie genoemd, is een betrouwbare methode om borsten groter en mooier te maken. Het is een van de meest uitgevoerde cosmetische behandelingen ter wereld. Daardoor is er veel kennis en ervaring over de beste operatietechnieken en over het gebruik van borstprothesen.

 

De reden om voor een borstvergroting te kiezen verschilt per persoon. Meestal ontstaat de wens vanwege aangeboren kleine borsten of door afgenomen borstvolume na zwangerschap of gewichtsverlies. Ook aangeboren borstafwijkingen, zoals bijvoorbeeld tubulaire borsten of verschil in grootte tussen beide borsten, zijn goed met een borstvergroting te behandelen.

 

Bij een borstvergroting wordt meestal gebruik gemaakt van een siliconen prothese. Soms kan ook met lichaamseigenweefsel een vergroting worden bereikt (zie borstvergroting met lipofilling) of is een borstlift nodig, al dan niet met een prothese. 

 

 

Voor de operatie

In het eerste gesprek met Dr. Melenhorst bespreekt u uw wensen en doorloopt u samen de mogelijkheden. Neem gerust uw partner of vriendin mee naar het gesprek. Twee horen en vragen meer dan één.

 

De afmetingen van beide borsten worden opgenomen. Er worden foto’s gemaakt om de uitgangssituatie vast te leggen. Met behulp van pasprothesen, die u in uw beha stopt, kunt u zien welk volume van de borstprothese nodig is voor een door u gewenst en bij u passend resultaat. Met deze gegevens kan dr. Melenhorst samen met u de juiste maat prothese selecteren, zowel in afmetingen als in volume. Dr. Melenhorst bestelt altijd extra prothesen, zodat hij tijdens de operatie nog kan beslissen om een iets grotere of iets kleinere prothese te plaatsen, indien dit nodig mocht zijn.

 

Dr. Melenhorst bespreekt welke vorm van de prothesen het beste is voor uw situatie en in welk anatomisch vlak de prothesen geplaatst zullen worden.

 

De keuze voor de vorm van de borstprothese, rond of anatomisch (druppelvorm), hangt met name af van de vorm en grootte van de bestaande borst. Bij slanke vrouwen met weinig eigen borstweefsel, of bij een erg hangende borst, ligt de keuze voor een druppelvormige prothese voor de hand. Deze helpt namelijk mee om de natuurlijke borstvorm te herstellen. Bij vrouwen met een goed gevormde eigen borst kan eerder voor een ronde prothese worden gekozen. Het nadeel van een druppelvormige prothese is dat deze kan gaan draaien, waarmee de borstvorm wordt verstoord. De kans hierop is klein (1%), omdat tijdens de operatie een precies passende ruimte voor de prothese wordt gemaakt, de zogenaamde “pocket”. Het risico op problemen van draaien is er bij een ronde prothese helemaal niet.

 

De juiste plaatsing van de prothese verschilt tussen personen en hangt af van de eigenschappen van de borst. De drie mogelijkheden zijn:

 

1)    Volledig onder de spier

2)    Volledig onder de borstklier

3)    Dual plane: gedeeltelijk onder de borstspier en gedeeltelijk onder de borstklier

 

De eerste mogelijkheid, volledig onder de spier, is alleen nodig bij vrouwen met heel weinig eigen borstweefsel en een zeer dunne huid. Afhankelijk van de hoeveelheid eigen (borst)weefsel, is er wel of niet genoeg om de prothese te bedekken. Hier komt de term "bedekking" vandaan. Is er niet voldoende bedekking, dan is er het risico dat de prothese te makkelijk zichtbaar of voelbaar wordt. In die gevallen is het beter om de prothese volledig onder de spier te plaatsen.

 

De tweede mogelijkheid, volledig onder de borstklier en dus bovenop de borstspier, is geschikt voor vrouwen met een behoorlijke hoeveelheid eigen borstweefsel. Er is in die gevallen dus genoeg weefsel om de prothese te bedekken.

 

De derde mogelijkheid is het plaatsen van de prothese gedeeltelijk onder de borstspier (aan de bovenkant) en gedeeltelijk onder de borstklier (aan de onderkant) (zie figuur 1). Aan de bovenkant, waar meestal weinig eigen borstweefsel is, beschermt de spier de prothese. Deze is daardoor veel minder goed te zien of voelen. Tegelijkertijd zorgt het juist voor de gewenste extra vulling van de bovenpool van de borst. Aan de onderkant, waar er geen spier over de prothese ligt, kan de prothese de borst juist optimaal vormgeven. Door het maken van een extra glijlaag tussen de borstspier en de borstklier is het bovendien mogelijk om een beter en duurzamer resultaat te behalen. Dit heet de dual plane techniek.

 

De keuze voor de grootte en de vorm van de prothese maken u en dr. Melenhorst samen. In alle gesprekken komt aan bod waar de littekens komen, wat de risico’s van de ingreep zijn, en wat u kunt verwachten ten aanzien van herstel en eindresultaat. Dr. Melenhorst neemt tijd om uw vragen te beantwoorden. Indien u voor de operatie kiest, dan tekent u het informed consent formulier. Hiermee geeft u aan dat u goed bent geïnformeerd over de borstvergroting, over de risico’s en mogelijke complicaties.

 

Indien u rookt, dient u minimaal 6 weken voor de operatie te stoppen om de kans op wondgenezingsproblemen en infectie zo klein mogelijk te maken.

Figuur 1. Dual plane techniek

De prothese wordt aan de bovenzijde door spier en borstklierweefsel bedekt, aan de onderzijde alleen door borstklierweefsel.


Omhoog